Validiteit in de psychologische wetenschap en de klinische praktijk

Validiteit in de psychologische wetenschap en de klinische praktijk
Over het psychologisch onderzoeksmodel en de meetbare mens

Master thesis Philosophy of Life Sciences
Universiteit van Amsterdam, maart 2014

Een statisticus waadde vol vertrouwen door een rivier
die gemiddeld één meter diep was.
Hij verdronk.
Godfried Bomans

ABSTRACT
In deze scriptie is de validiteit onderzocht van het empirisch-analytisch wetenschapsmodel dat als middel in dienst staat van de klinisch-psychologische gezondheidszorg. Het onderzoek omvat een beschouwing van het wetenschapsmodel, het gebruik daarin van aggregaten, en de inherent statistische methode om ‘menselijk gedrag’ te beschrijven en te vergelijken. Daarbij is nagegaan hoe psychologen gegeven het model omgaan met validiteit ten aanzien van hun wetenschappelijke meetinstrumenten. Beargumenteerd is dat de wijze waarop validiteit wordt gebruikt binnenhet wetenschapsmodel, functioneert als een performatieve bekrachtiger van het model zelf. Door de statistiek die wordt gehanteerd in het meten van menselijk gedrag, wordt geïmpliceerd dat mensen rationeel meetbaar zijn en in termen van normale populatieverdelingen kunnen worden begrepen. De eis tot normaalverdeling in statistische toetsing impliceert echter dat de referent waartegen ‘vooruitgang’ in wetenschappelijk ontwikkelde interventies wordt gemeten een klinische normaalverdelingis, die wezenlijk verschilt van de normale populatie waartegen ‘herstel’ wordt begrepen in de klinische praktijk. Daarnaast worden in wetenschappelijke effectstudies de ‘staarten’ van de steekproefverdelingen afgesneden omwille van homogeniteit en betrouwbaarheid van de steekproef, wat leidt tot een tweede validiteitsprobleem: door evidence basedbehandelingen als norm te stellen, worden ‘uitschieters’ in de klinische wetenschap ook ‘errors’ in de klinische praktijk. Aangezien de klinische psychologie expliciet gericht is op herstel van juist de uitschieters in de samenleving, blijkt het empirisch-analytisch model te staan voor wezenlijke validiteitsproblemen ten aanzien van het doel van de klinische praktijk. De oplossing van deze research practice gapdie wordt voorgesteld in het recente efficacy/effectiveness-debat resulteert – gegeven de besproken validiteitsproblematiek – slechts in verdieping van de kloof tussen ‘de mens’ als onderzoeksobject en mensen in de klinische praktijk.

Advertisements

Comments are closed.