Een kritische analyse van Psychoanalyse als Kunsthistorische Methode

Bachelorscriptie Kunstgeschiedenis (2010)

Abstract

In Art since 1900 (2005), een recent en vermaard overzichtswerk van moderne kunst, wordt Psychoanalyse gepresenteerd als een van de vier leidende kunsthistorische methoden. Hal Foster (1955), hoogleraar aan Princeton University, past psychoanalyse in diverse publicaties toe op het Surrealisme, waarbij hij de persoonlijkheidstheorie van psychoanalyticus Sigmund Freud (1856-1939) als uitgangspunt neemt. Het huidige paper gaat in op de vraag in hoeverre Fosters berusting op de Freuds psychoanalyse wetenschappelijk adequaat is. Gesteld wordt dat Foster de theoretische assumpties van Freud niet naar volledigheid hanteert en veelvuldig verwart met de persoonlijkheidstheorie van psychoanalyticus Jacques Lacan (1901-1981). Fosters werk wordt getoetst aan de psychoanalyse van Freud en Lacan, waarbij de concepten Afweermechanismen, Sublimatie, het Unheimliche en de oppositie bewust-onbewust elementair zijn, naar aanleiding waarvan de rol van kunst in de persoonlijkheidstheorieën van Freud en Lacan fundamenteel verschilt. Geconcludeerd wordt dat Fosters theorie niet met recht kan worden gefundeerd in de psychoanalyse van Sigmund Freud. Gesteld wordt dat de psychoanalyse als kunsthistorische methode, teneinde het wetenschappelijk fundament te handhaven, alleen historisch kan worden toegepast ter verklaring van inspiratie van specifieke kunstenaars, maar in de huidige conditie, zonder adequate fundering in de oorspronkelijke psychoanalytische theorie, niet langer pragmatisch kan worden gehanteerd.

Pdf: Een kritische analyse van Psychoanalyse als Kunsthistorische methode

 

Advertisements